Tellen

Midden in de Marikenstraat staat een monument. Het is een verlaagd pleintje met een kunstwerk: een schommel ” niet betreden” en een oude kastanjeboom. Het verwijst naar de bom die op de lagere school daar viel bij het vergissingsbombardement in de Tweede Wereldoorlog.

Het was een mooie herfstdag en we besloten op het naastgelegen terras te lunchen. Al snel waren de mensen, die al op het terras zaten, weg en vervangen door andere ouders met peuters. Altijd een hele uitdaging om met je peuters de stad in te gaan, dus gedeeld lawaai is half lawaai. Zo dachten ook de ouders van Floris en en van een kleine meisjestweeling.

De kastanjeboom had al aardig wat blaadjes laten vallen, op het plein lagen de bladeren tot kniehoogte. Leuk om door te rennen. Al snel had Arie een meningsverschil met Floris of de blaadjes naar of juist van de schommel verplaatst dienden te worden. Typisch Arie om dan verhaal te gaan halen bij Floris’ ouders.

Bij de tweeling scoorde Arie met een dode merel die hij tussen de blaadjes vond. Niet aanzitten! Helaas kreeg een van de meisjes kort erna een poepluier en werd afgevoerd om verschoond te worden.

Ted had het op het terras intussen ook wel gezien. Het bladeren in de lucht gooien had ie al van een afstandje zitten bekijken. Zelf was ie druk met  de terrasstoel met veel lawaai over de  tegels schuiven. Maar vanaf het randje van het plein in de bladeren springen leek hem wel wat. Hij had het Arie al zien doen: 1, 2, 3 *grote, hoge sprong*, plof tussen de blaadjes. Ted zit dan toch iets anders in elkaar. “Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht” en *hop* tussen de blaadjes.

One Response to “Tellen”

  1. a3 says:

    Je moet je niet zo snel laten ondersneeuwen door je grote broer natuurlijk.

Leave a Reply